Stimulans
Kinderen leren door te imiteren. Daarbij steken jonge kinderen vooral veel van oudere kinderen op. Het komt geregeld voor dat kinderen in het kinderdagverblijf of bij de gastouder dingen leren en doen waarvan de ouders niet eens weten dat ze er al aan toe zijn. Zoals zichzelf aan- en uitkleden, op het potje gaan, boter op een boterham smeren en zelfstandig tandenpoetsen. Kinderen zijn meestal erg trots op wat zij al allemaal zelf kunnen. Ouders worden door de kinderopvang gestimuleerd hun kind thuis ook zijn capaciteiten te laten zien.
De buitenschoolse opvang (bso) stimuleert de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van (oudere) schoolkinderen, bijvoorbeeld door fietsverkeerstrainingen of in de vorm van een zelfstandigheidscontract, dat door ouders is ondertekend. In dat contract is vastgesteld of een kind alleen naar het speeltuintje twee straten verderop mag, of een boodschapje mag doen. "Als kinderen bij ons iets willen bakken, mogen ze zelf het boodschappenlijstje maken en gaan ze zelfstandig naar de supermarkt. Ze krijgen voor de zekerheid een mobieltje mee", vertelt groepsleidster Carla, die werkt op een bso die zich vooral richt op negenplussers. Deze oefening in zelfredzaamheid kan thuis navolging krijgen.
"Ik hoorde dat Beatrijs op de crèche al haar eigen boterham met boter mag besmeren. Ik wist niet dat ze dat kon. Nu geven we haar thuis ook een kindermesje"
Onno, vader van Beatrijs (2 jaar)













