Wat kost kinderopvang
Hoeveel ouders zelf aan kinderopvang betalen, is afhankelijk van hun inkomen, het soort opvang en het aantal kinderen. De overheid geeft een flinke tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang. Daarbij geldt: hoe lager het (gezins)inkomen, hoe hoger de bijdrage. En hoe meer kinderen, hoe hoger de tegemoetkoming.
Daarnaast dragen de werkgevers van beide ouders verplicht samen een derde van de kosten bij. Zij betalen dat deel via de WW-premie aan de overheid, die het weer uitkeert aan de ouders. Voor ouders wordt het gemakkelijker de kinderopvangtoeslag aan te vragen.
Ze hoeven maar naar één loket: de Belastingdienst .
Met de kinderopvangcalculator berekent u wat u netto kwijt bent aan kinderopvangkosten. Op de rekening van het kinderdagverblijf, de buitenschoolse opvang of het gastouderbureau staat een hoger (bruto) bedrag. Opvang voor 0- tot 4-jarigen kost gemiddeld € 5,72 per uur per kind. Dat is vaak inclusief luiers, eten en drinken. Bso's rekenen gemiddeld € 6,03 per uur per kind. Gastouderopvang zit daar ergens tussenin.
Op zich is dit geen hoge prijs, als je bedenkt dat ouders voor een 15-jarige ongeschoolde oppas ook al gauw € 5,- per uur betalen. Maar de kosten lopen natuurlijk hoog op wanneer ouders hun twee kinderen wekelijks drie dagen naar de dagopvang of bso brengen. Gelukkig worden de kinderopvangkosten verdeeld tussen de overheid, de werkgevers en de ouders.
Enkele rekenvoorbeelden
- Marita is een alleenstaande moeder van twee kinderen die drie dagen per week naar de dagopvang gaan. Haar inkomen is 18.000 euro per jaar. De uurprijs van het kinderdagverblijf is € 5,50 per uur per kind. Dat is € 715,- per maand.
De opvangkosten van haar twee kinderen zijn € 1430,- per maand.
Het Rijk geeft Marita een tegemoetkoming in de kosten van 95,6 procent voor haar eerste kind (95,6% x € 715,- = € 683) en 96,5 procent voor haar tweede kind (96,5% x € 715,- = € 690,-). Marita ontvangt in totaal € 1373,- van de overheid. Dat is inclusief de werkgeversbijdrage die de werkgevers aan de overheid afdragen.
Marita betaalt zelf € 57,- per maand aan drie dagen per week opvang van haar twee kinderen.
- Rik en Ellen hebben samen een gezinsinkomen van € 52.000,- per jaar. Hun twee kinderen gaan drie dagen per week naar het kinderdagverblijf, dat € 5,50 per uur rekent.
De opvangkosten zijn € 1430,- per maand.
Het Rijk geeft een toeslag van 80 procent voor het eerste kind (80% x € 715,- = € 572,-). Voor het tweede kind ontvangen Rik en Ellen een bijdrage van 94,2 procent (94,2% x 715,- = € 674,-). Rik en Ellen betalen zelf € 184,- per maand (€ 143,- + € 43,-) voor drie dagen opvang van hun twee kinderen.
- Pieter en Marieke hebben een inkomen van € 80.000 per jaar. Hun peuter gaat drie dagen per week naar de dagopvang (€ 5,50 per uur, € 715,- per maand), hun oudste kind gaat twee middagen naar de buitenschoolse opvang (€ 5,50 per uur, € 190,- per maand).
De opvangkosten bedragen in totaal € 905,- per maand.
De overheid geeft een bijdrage van 64 procent voor de peuter (het ‘eerste kind' met de meeste opvanguren), dat is € 458,- per maand (64% x € 715,-). De tegemoetkoming van het Rijk voor de bso is 92,1 procent (het ‘tweede kind'), dus € 175,- (92,1% x € 190 euro).
Pieter en Marieke betalen voor hun twee kinderen zelf
€ 272,- per maand (€ 257,- + € 15,-) aan de kinderopvang.













