Wet en regelgeving Wet en regelgeving

Kinderopvang staat hoog op de politieke agenda. Niet alleen omdat het goed is voor kinderen, ook omdat het de arbeidsparticipatie van vrouwen bevordert. Het is wettelijk geregeld dat de overheid flink tegemoetkomt in de kosten van kinderopvang. Daarbij geldt: hoe lager het (gezins)inkomen, hoe hoger de bijdrage. Sinds 1 januari 2007 heeft het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de werkgeversbijdrage verplicht gesteld. Van hun werkgever krijgen ouders een vaste inkomensonafhankelijke toeslag van een derde deel van de kinderopvangkosten. Met het handige rekenmodel is precies te berekenen hoeveel u aan kinderopvangkosten kwijt zou zijn.

Werkgevers betalen hun deel via de WW-premie aan de overheid, die het weer uitkeert aan de ouders. Voor ouders wordt het daardoor gemakkelijker de kinderopvangtoeslag aan te vragen. Ze hoeven alleen nog maar een (online)formulier bij de Belastingdienst in te vullen.

De overheidsbijdrage en het besef van ouders dat kinderopvang goed is voor kinderen, werpen hun vruchten af. Het aantal kinderen dat gebruikmaakt van formele kinderopvang (kinderdagverblijven, gastouderopvang en buitenschoolse opvang) neemt toe, terwijl de opvang door opa's en oma's (de informele opvang) daalt. Dat blijkt uit de Tweemeting trendonderzoek kinderopvang (Research voor beleid, in opdracht van het Ministerie van SZW).

"Wij hebben een tamelijk hoog gezinsinkomen, maar kregen tot dit jaar niets vergoed van onze werkgever. We betaalden maandelijks meer dan 1200 euro aan vier dagen opvang van onze twee kinderen. Die verplichte werkgeversbijdrage scheelt enorm. Nu zijn we per maand ongeveer de helft minder aan kinderopvangkosten kwijt."

Sven, vader van Nils (7 jaar) en Brian (3 jaar)

 

Kinderopvang is leuk
Kinderopvang is goed voor de ontwikkeling
Kinderopvang is een goede aanvulling
Kinderopvang is betaalbaar
Kinderopvang is een leuke branche